Getsemané (Matheus 26:36-46)

Hij vroeg mij om te waken

en in ’t gebed te gaan

om niet verleid te raken

maar voor de Heer te staan

 

Zijn hoofd heel diep gebogen

sprak daar Gods eigen Zoon

met angst in beide ogen

geknield voor Vaders troon

 

De slaap had mij bevangen

‘k hield alleen geen stand

de ergste van de slangen

gaf lauwheid in mijn hand

 

De Heer keek op mij neer

verdriet lag in Zijn stem

’t vroeg mij nog een keer

te waken dicht bij Hem

 

Drie keer niet de wacht

‘k verbleef in eigen dromen

en zag niet in die nacht

’t verraad bij Jezus komen

 

 

Robert Doek

11-03-2018